Afdeling Trombosedienst
In 2004 heeft de ADC trombosedienst haar deuren geopend. De Trombosedienst is verantwoordelijk voor het instellen, controleren en begeleiden van poliklinische patiënten onder orale antistollingsbehandeling met acenocoumarol (Sintrom mitis®), fenprocoumon (Marcoumar®).
Dit houdt in dat de ADC Trombosedienst verantwoordelijk is voor het bloedprikken, de bepaling van de INR, het vaststellen van de dosis van de antistollingsmiddelen en het zo nodig couperen van de behandeling voor onderzoeken en ingrepen of in geval van bloedingen.
Kwaliteit
Om kwaliteit te garanderen is de ADC Trombosedienst sinds 2008 lid van de Federatie Nederlandse Trombosediensten (FNT). De FNT controleert en gecoördineerd de kwaliteitszorg. Dit kwaliteitszorg- certificaat geeft de klant / patiënt van de ADC trombosedienst de garantie dat deze voldoet aan kwaliteits eisen en dat er een structuur aanwezig is waarin eventuele knelpunten vroegtijdig onderkend en opgelost kunnen worden. Om zeker te stellen dat een organisatie aan de eisen blijft voldoen, wordt deze periodiek bezocht en beoordeeld om vast te stellen of het lidmaatschap verlengd kan worden.
Door internationaal onderzoek al bewezen dat bij een goede instelling van de INR er minder complicaties zijn.
De missie
Is de dienstverlening naar de patiënt die antistolling moet slikken te optimaliseren. Dit door kwaliteitsverbetering, kwaliteitscontrole en preventie door goede informatie, continuïteit van zorg te bieden.
De visie
Inspelen op de behoeften in het veld, door het oprichten van een dienst ter verbetering van de zorg en het welbevinden van patiënten die antistolling gebruiken. Door beter overzicht op de duur van de behandeling, minder complicaties en door goede informatie betere therapie trouwheid te bereiken. Hierdoor kostenbesparend werken.
In het kort: het functioneren van de ADC-Trombosedienst
- De behandelend arts meldt door middel van het aanmeldingsformulier de patiënt aan.
- De trombosedienst neemt de uitvoering van de antistolling behandeling over van de behandelend arts.
- De behandelend arts blijft verantwoordelijk voor de duur van de behandeling.
- Bij aanmelding geeft de TD medewerker via een intakegesprek voorlichting aan de patiënt.
- Aan de patiënt wordt gevraagd de TD op de hoogte te stellen van gegevens die van belang zijn voor een goed verloop van de antistolling behandeling.
- Voor elke bloedafname vult de patiënt een korte vragenlijst in, zonodig bijgestaan door de prikkracht, dit noemen we een mini-anamnese.
- Na elke bloedafname ontvangt de patiënt, de volgende werkdag, via de Elite post een nieuwe doseerkalender en een nieuwe prikdatum.
- Indien de INR niet goed is en bij nieuwe patiënten worden op de prikdag ‘s middags de dosering doorgebeld.
- De onderzijde van de doseerkalender is meteen het aanvraagformulier voor de nieuwe INR-afname
- Patient informatie folders zijn er in Papiamentu, Nederlands en Engelstalig.
- De doseeradviseurs en doseerartsen houden zonodig contact met de patiënten, de behandelende artsen, de huisartsen en andere specialisten.
- De TD werkt met het softwareprogramma Tromis, verzamelt relevante patiënten gegevens, verwerkt deze, doseert en zorgt dat patiënten op tijd hun nieuwe dosering en doseerkalender ontvangen.
- Doseeradviseurs en doseerartsen volgen regelmatig bijscholing.
- De TD geeft voorlichting aan collega’s, artsen en patiënten
Welke uitslag is goed, hoe lang antistolling slikken en hoe dun moet het bloed zijn?
Met de Protrombinetest (PT) test , test je hoe “dun” of “dik” het bloed is.
“Dik” en “dun” wilt niet zeggen dat het bloed stroperig of waterig is. Het betekend “stollingstijd”, de tijd die het bloed nodig heeft om te stollen.
De PT wordt uitgedrukt in INR, dit is de internationale gestandaardiseerde uitdrukking voor de PT.
De specialist beslist welke streefwaarde voor u het beste is en of u bloed meer of minder “dun” of “dik” moet zijn.
Afhankelijk van de indicatie wordt de patiënt ingedeeld in een van de twee door de Federatie van Nederlandse Trombosediensten vastgestelde intensiteitgroepen.
1e intensiteitgroep
Steefgebied: INR 2.5 – 3.5
atriumfibrilleren, (preventie) veneuze trombose-embolie, cerebrovasculaire insufficiëntie
2e intensiteitgroep
Streefgebied: INR 3.0 – 4.0
(preventie) arteriële trombo-embolie, recidiverende veneuze trombo-embolie tijdens antistollingsbehandeling, weefselklepprothese, mechanische hartklepprothese.
In bijzondere gevallen kan de specialist afwijken en een lager streefgebied kiezen, INR 2.0-3.0
Bij elke indicatie hoort een adviesduur voor behandeling. De behandelend arts kan hier altijd van afwijken.

3m 3 maanden
6m 6 maanden
1jr 1 jaar
1jn minimaal 1 jaar, na 1 jaar navragen aan behandelend arts of langer antisollen nodig is.
L Levenslang
Bereikbaarheid ADC-Trombosedienst
Telefonisch is de dienst, in de ochtenduren, op werkdagen, bereikbaar voor vragen of het doorgeven van bijzonderheden. op tel: 4695144.
U kunt ook faxen naar faxnr: 4616814
Indien wij druk zijn en ‘s middags schakelt het over in het antwoordapparaat, waar u een bericht kunt achterlaten, we bellen u eind van de middag terug. Houd uw doseerkalender bij de hand als u belt.
’s Avonds en in het weekend s.v.p. overleggen met uw huisarts die weekend, of bereikbare- dienst heeft. Die kan u bij spoedgevallen doorverwijzen naar de dienstdoende internist (SEHOS).
Uitsluitend op medische indicatie kan de arts de trombosedienst verzoeken om aan huis te komen prikken. U kunt de medewerker van het ADC dan verwachten tussen 07.00 en 13.00 uur.
Als uw controleafspraak niet door kan gaan, dit 2 dagen van te voren telefonisch aan ons melden. Indien de prikmedewerker u niet thuis treft, moet de u zelf komen prikken op een ADC prikcenter.